De risicobronnen zijn te vinden op www.risicokaart.nl.

Plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich onbeschermd, 24 uur per dag 7 dagen in de week op een bepaalde afstand van een risicobron bevindt, komt te overlijden als gevolg van een incident bij die risicobron. De kans is in landelijke regelgeving vastgesteld op 1 op de miljoen per jaar. De afstand wordt berekend aan de hand van deze kans en de scenario’s die zich kunnen voordoen bij de risicobron. Dit gaat vaak om kleine incidenten met beperkte gevolgen (bijvoorbeeld een losschietende slang bij het vullen van LPG die vervolgens in brand vliegt).

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s van het opslaan en transporteren van gevaarlijke stoffen naar de omgeving (burgers).

Groepsrisico is de kans dat een groep mensen (minimaal 10 personen) komt te overlijden als gevolg van een incident bij een risicobron. Dit gaat vaak om grote incidenten zoals explosies of een giftig gas die ver kan reiken. Je praat bij dit soort incidenten ook vaak over maatschappelijke ontwrichting (denk hierbij aan de vuurwerkramp in Enschede). De hoogte van het groepsrisico is geen harde norm. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of de hoogte van het groepsrisico verantwoord is. Wel is er een indicatie aangegeven wat we in Nederland nog acceptabel vinden. Dit wordt ook wel de oriënterende waarde van het groepsrisico genoemd. Dit houdt in dat de kans op 100 slachtoffers in beginsel niet groter mag zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Dit is dus geen harde norm.